Paramsterdammer

Als ik op straat loop in Amsterdam Zuid-Oost, zie ik altijd dezelfde mensen. Ik zie ze lopen, fietsen, lachen naar mij als ik heel snel wegkijk, omdat ik schrik van oogcontact met onbekenden. Ik ken ze allemaal niet, maar ik herken ze wel altijd. Die herkenning is wat het hier zo’n thuis maakt. Ik herken deze mensen, deze straten en hoef hier zelden de weg te vragen. In mijn eigen buurt al helemaal niet. Amsterdam-zuidoost.

Ik prijs mezelf gelukkig als ik die kinderen zie die mijn plaats hebben ingenomen op het voetbalveld. Ik zie de meneer op de fiets ook steeds weer en vraag me af of die gestolen is of niet. De mevrouw met de gitaar die altijd bij elk evenement aanwezig is waarvan ik de naam niet zo goed weet, zie ik soms in de supermarkt als zij geen artiest is, maar moeder.

Zuid-oost is waar de hele buurt elkaar ooit kende. Waar ik heb geleerd wat vriendschap is, omdat ik hier voor het eerst in contact kwam met vrienden die ik nu niet meer spreek. Waar ik heb geleerd kleurenblind te zijn. Dit is de buurt met een eigenheid waar zelfs ik m’n vinger niet op kan leggen. Ik weet alleen dat ik me hier meer thuis voel dan op elke andere plek in Nederland.

Toch is er nog één plek waar ik ook thuis ben terwijl het dan niet hetzelfde gevoel geeft. Die geur wanneer je de vliegtuigdeuren uit loopt. Die ongekende liefde voor lekker eten en feesten. Die huizen van villa tot karige houten kledingkast. Het voelt nooit als een vakantie, maar als thuiskomst. Herkenning.

En toch ben ik in Amsterdam-Zuidoost dat meisje uit Suriname en in Suriname dat meisje uit Holland, want dat is de benaming die elke Surinamer geeft aan Nederland. En hoewel ik me op beide plekken thuis kan voelen, vraag ik mij toch af hoe het voelt ergens geboren te zijn en daar vandaan te komen. Hoe het voelt om geen minderheid te zijn. Zou ik me dan completer voelen? Of ben ik nu meer dan compleet, omdat ik twee achtergronden heb?